Over Giovanni Boccaccio

Giovanni Boccaccio groeide op in Firenze, maar verhuisde rond zijn 14de met zijn vader naar Napels. Daar plaatste zijn vader hem in een bankiershuis om hem op te leiden in het zakendoen. Hij kreeg daarna nog een zesjarige opleiding in canoniek recht. Maar geheel tegen de zin in van zijn vader koos hij voor de literatuur.
Sinds 1341 verbleef hij in Firenze, dat toen al een ontregelde koopmansstad was na een eerste pestepidemie. De daaropvolgende jaren waren onrustig en chaotisch in Italië. De pestepidemie van 1348 in Firenze maakte de crisis compleet. Hij verloor zijn stiefmoeder, en ook zijn vader stierf kort na de epidemie, mogelijk aan de naweeën van de ziekte.
De Decamerone, wat als zijn meesterwerk wordt beschouwd, schreef hij tussen 1349 en 1353.
Na de voltooiing van de Decamerone sloeg Boccaccio andere wegen in. Hij raakte nauw bevriend met Petrarca, die door zijn grote kennis van de klassieke literatuur en zijn faam als geleerde de geschiedenis in ging als de grondlegger van de humanistische beweging, die een eeuw later de Italiaanse Renaissance voortbracht. Boccaccio werd zwaar beïnvloed door Petrarca en ging zich toeleggen op de klassieke letterkunde, schreef enkel nog in het Latijn en zijn werk werd religieuzer van inslag. De lichtvoetige en speelse wereld van de Decamerone was ver weg…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 + 1 =